voor het onderwijs

Aanrommelen, Broeden en Creëren. Een ode aan het creatief proces.

In de onderwijspraktijk is veel plaats voor geplande tijd [Chronos]. De creativiteit van kinderen sneeuwt daarbij onder. Want die is gebaat bij een ander soort tijd [Kairos]. De tijd om te verdwalen, om nieuwe horizonnen te verkennen, om te dromen, om nieuwe verbindingen te leggen. Cszikcentimihaly noemt het vergeten van tijd flow. Daar krijg je een boost van!

ONDERZOEKBOEK wordt op scholen ingezet om het kind te laten ervaren hoe het voelt om de controle over het eigen leerproces te nemen; het voelen van eigenaarschap, trots en motivatie. Ze leren creatief en vindingrijk denken en handelen. Dat zijn vaardigheden waar IEDEREEN van kan profiteren, gedurende de hele school en daarna in het volwassen leven.

Hoe ziet het werken op school met een ONDERZOEKBOEK er nu concreet uit?

Een voorbeeld:

Fases van het creatief proces

verkennen – experimenteren – verdiepen – borgen

verkennen = introduceren op een prikkelende manier

experimenteren = onderzoek doen met materiaal of techniek

verdiepen = onderwerp uitdiepen door jezelf vragen te stellen, door breder onderzoek of meer instructie, daarna keuzes maken en een werkstuk creëren

borgen = reflecteren, tussentijds en nadien, door met elkaar in gesprek te gaan

AMBITIES

Je school heeft 3 ambities voor cultuureducatie geformuleerd.

Je kiest er daarvan één, bijvoorbeeld: we willen graag dat onze leerlingen creatief lef durven tonen. Nadenken over deze ambitie is nodig, want wat betékent dit nu precies voor je onderwijs en wat vraagt dit van jou als leerkracht? Wat zie je aan leerlinggedrag?

EEN PRAKTIJKVOORBEELD

Stel het is lente of zomer en je wilt het hebben over bloemen. Hoe richt je met Beeldende Vorming een creatief proces in, waarbij leerlingen creatief lef gaan durven tonen?

fase 1 – verkennen

Je wilt het onderwerp bij je leerlingen op zo’n manier introduceren, dat je nieuwsgierigheid en leerhonger opwekt (zie ook: ‘Visie, theorie van Kieran Egan’). De je vertelt een grappige anekdote en je doet een argeloos voorstel:

  • leerlingen een bloem laten meebrengen, bekijken en bespreken, bijv bloemen laten sorteren op soort, kleur, familie en een herbarium aanleggen met de hele groep
  • leerlingen buiten op zoek laten gaan naar bloemen maar deze niet laten plukken, wel bestuderen door te schetsen in hun ONDERZOEKBOEK en observeren welk bezoek de bloem krijgt en dit laten noteren
  • leerlingen buiten op zoek naar bloemen sturen om deze te fotograferen
  • leerlingen confronteren met een docu over afnemende biodiversiteit en een gezamenlijk een campagne bedenken
    • waar zit jouw eigen verwondering over bloemen en bij welke van bovenstaande activiteiten kun jij als leerkracht zelf lef tonen?

fase 2 – experimenteren

  • de leerlingen die foto’s hebben gemaakt, bespreken deze met elkaar. Ze vergelijken bijvoorbeeld op compositie, lichtinval, scherptediepte, grootte, achtergrond, standpunt enzovoort Je bent aan het beschouwen maar je bent tegelijk bezig met fase 4, het borgen!
  • hierna gaan de leerlingen opnieuw naar buiten, dit keer wellicht naar een nieuwe een bloemrijke omgeving. Ze krijgen de opdracht mee om te experimenteren vanuit een zelfgekozen uitdaging [differentiatie]
  • alle foto’s krijgen een plek in hun ONDERZOEKBOEK en alle informatie die ze belangrijk vinden schrijven ze erbij
  • de leerlingen die schetsen hebben gemaakt, bespreken deze met elkaar. Ze vergelijken tekentechniek, compositie, duidelijkheid, details, volledigheid enzovoort.
  • hierna kiezen ze een bloem om deze in het groot uit te werken. Daarbij krijgen ze de opdracht de bloem 3x te maken met 3 verschillende materialen. Deze materiaalonderzoeken doen ze natuurlijk in hun ONDERZOEKBOEK.

fase 3 – verdiepen

  • Als leerlingen terugkomen in de groep, laat je ze de twee beste foto’s uploaden om samen een digibord-diavoorstelling te maken. De werken worden besproken (tussentijds reflectie van fase 4)
  • De leerlingen van het schetsen en groot uitwerken, leggen al hun grote bloemen op de grond bij elkaar, als in een bloemenweide. In een grote kring bespreek je de ontdekkingen, de werkwijze, de beeldaspecten.

Aan de hand van deze presentaties, door goede observaties en ook door de juiste vragen te stellen, komt er een richting uit om verder te onderzoeken. Misschien is er interesse in bloemschikkunst, willen ze weten waar die stamper voor dient, willen ze naar de Keukenhof of is het net corona-tijd en stuurt iedereen elkaar een bos bloemen en omarmen jullie dit. Je kunt ook een terloops voorstel doen. Bijvoorbeeld dat je bij het werk van de leerlingen moet denken aan het werk van schilders Monet, Marc Mulders, of fotografe Margriet Smulders. Het project kan dus alle kanten opgaan. Volg je leerlingen en stimuleer ze. Wakker het vonkje aan in deze fase. Ze noteren hun plannen in hun ONDERZOEKBOEK.

fase 4 – borgen

De laatste fase is de afronding, de borging. Hiermee ben je tussentijds al bezig geweest, door je begeleiding, je vragen en je gesprekken. Hoe kun je een mooi moment creëren om terug te kijken op alles? Een tentoonstelling? Een presentatie op de weeksluiting? Wellicht hebben je leerlingen hier ideeën bij. Geef allen een moment van bezinning in hun ONDERZOEKBOEK. Wat wil de leerling er nog over kwijt? Je kunt ze vragen:

  • wat vond je goed gaan en wat minder
  • waar ben jij nog nieuwsgierig naar…
  • …of wat wil je nog eens onderzoeken
  • welke techniek wil je eens uitproberen
  • welk compliment geef je jezelf
  • als jij de volgende les mocht inrichten, dan…

Superleuk om terug te lezen, wat je groep heeft beleefd en nog wil beleven!

×